Je auto ís al een zelfrijdende auto

Je auto weet meer dan jij, kan meer dan jij enschermafbeelding-2016-11-30-om-20-54-47 heeft een
snellere reactietijd dan jij. Dus vertróúw op die auto, zegt rijvaardigheidsgoeroe Dolf Dekking. Laat die auto het werk doen. Hij heeft gelijk. Jouw auto ís al een zelfrijdende auto.

‘Goed, als ik zo meteen zeg “Nu remmen” dan rem je zo hard als je kan, akkoord?’
We rijden op een stil weggetje, midden op de Veluwe. Er is niemand te zien, slechts heel af en toe zie je een andere auto.
Dus ik op het teken vol in de remmen.
We staan stil.
Ik heb het stuur stevig vast.
‘Had je het gevoel dat je echt zo hard als je kunt hebt geremd?’, vraagt Dolf Dekking op even droge als vriendelijke toon.
Ik weet wat hij bedoelt.
‘Nee’, geef ik toe.
We doen het nog een keer, verderop, op weer een vrij recht stuk weg. Weggetje.
Ik ga vol in de remmen, we staan eerder stil dan zojuist, maar ik weet wat de man naast me gaat zeggen.
Precies.
‘Heb je het idee dat je echt zo hard hebt geremd als je kunt?’
Weer antwoord ik besmuikt ontkennend.
Dan, de derde keer, is de man naast me tevreden. Ik kan gewoon voluit op dat rempedaal, legt hij uit, want mijn auto, waarin we rijden, beschikt over ABS dus die remmen bedenken zelf wel dat ze niet blokkeren.
Ehhh… zei ik ‘tevreden’? Ja, over het vol de ankers uitgooien wel, maar niet over hoe ik het stuur vasthoud. Als het stuur van chocola was of zelfs van hout was het nu gebroken, zo stevig pak ik het vast als ik een noodstop maak.
En dat moet je dus juist niet doen, doceert Dolf Dekking. Niet knijpen in je stuur maar het gewoon losjes vasthouden. Daarmee kunnen de banden, het rubber en de lucht in die banden beter hun werk doen. Als jij je stuur vastknijpt en dus vastzet, fixeer je je wielen en dan neemt je remwerking juist af.

Een goed humeur meenemen
Ik ga een dag op stap met Dolf Dekking. foto_linkedinEen dagje uit rijden. Of ik nog iets moet doen vooraf? Nee, geen huiswerk. Iets meenemen? Ja, niet te moeilijke kleding aan. En een goed humeur.
Als ik hem op de afgesproken tijd tref in het Van der Valk-hotel langs de A1 bij Amersfoort blijkt dat hij dat goede humeur ook niet vergeten heeft. Integendeel. Als instructeur in hogere rijvaardigheid heeft hij duizenden mensen getraind, coureurs, particulieren, professionele rallyrijders, mensen die een nieuwe Porsche aanschaffen, Porsche-bezitters en Ferrari-eigenaren die nu eindelijk eens een keer écht uit hun 911 of 599 willen halen wat erin zit, rallyrijders die willen leren driften op Hollywood-filmniveau. Maar toch. Hij is aardig. Kalm. Goedlachs. Hij beantwoordt mijn vragen alsof ik de nou ja niet eerste ben in zijn carrière maar dan wel de twaalfde of 18e die hij letterlijk en figuurlijk op zijn plaats zet.

Je auto weet de weg
Want hij leert je echt wat je kunt, dat je meer kunt dan je zelf weet en vooral: dat je auto veel meer kan en weet en zelf doet dan jij denkt of kon vermoeden.
In bochten bijvoorbeeld kun je ook gewoon remmen, als je auto ABS heeft (haast elke auto van nu). Die auto weet de weg wel. Je moet op je auto vertrouwen. De auto doet het werk, jij moet eenmaal uit de bocht gas geven en die auto wil wel weer rechtuit. Controle ja, controle is geboden, maar je auto controleert al veel.
Je zou het stuur los kunnen laten zelfs. Hij rijdt zelf wel. De zelfrijdende auto is al lang een feit.

Uitsmijter
Na de lunch, een mannendieautorijdenlunch, een hele dikke uitsmijter bij Moekeimg_7345 in Rhenen pal aan de Rijn, stuurt Dekking me richting Duitsland. De Autobahn op. Daar ondervind ik wat hij me die ochtend wilde leren op dat stille Veluwe-weggetje. Nu kúnnen we snelheid maken dus moeten we snelheid maken.
Ik rijd al snel 160 km/u, ik haal enkele personenauto’s in, enkele vrachtauto’s. Ik moet er wat gas bijgeven, maant Dekking. Naar 180. Dan moet ik naar de rechterbaan.
Voor me rijdt een vrachtauto, die akelig dichterbij komt. Heel snel. Het lijkt of iemand de vrachtauto naar me toeschuift als een sjoelsteen. Ik wil naar de linkerbaan. Ik haal mijn voet al van het gas… nee, zegt Dekking, blijf op deze baan. En gas geven. Gas vol erop.
Ik denk: OMG, maar Dekking blijft rustig, en zegt: blijf achter hem… en dan ga je zo meteen vol in de remmen…
Nu.
Binnen een tel zit ik van 180 terug naar – wat is het – 80 km/u. En natuurlijk pak ik het stuur stevig vast. Fout. Ook dan, benadrukt Dekking, moet je je stuur niet vastknijpen. Je moet de auto gewoon zijn loop laten vinden. ‘De auto deed toch niks geks? Hij remde toch?’

Instinct
Een band is een heel flexibel geheel, legt hij nog een keer uit, dus geef het loopvlak van die band ook gewoon de ruimte in plaats van het stuurwiel te stevig vast te houden.
Hij legt ook uit dat dit soort training, dit soort oefeningen iets essentieels toevoegen aan het systeem in jouw binnenste als automobilist. Je instinct. Je ervaring. Dekking: ‘Dit voeg je toe aan de plaatjes in je lichaam, zodat je als het er echt op aankomt je weet hoeveel afstand je nodig hebt bij het remmen.’ Om bezwerend toe te voegen: ‘Jouw eigen handelen maakt in extreme situaties wel het verschil.’
Even later, we rijden 160 km/u, zegt Dekking: ‘Laat je stuur nu eens los. Goed zo. Heb je de indruk dat de auto het niet aankan? Dat je hem niet onder controle hebt?’
Nee. Hij kan het aan. Mijn BMW moet wat geleden hebben. Vuurrode remschijven. Gierende banden. Afgesleten profiel. Gloeiend heet aangelopen zescilinder. Maar hij blijft koeler dan ik, mijn auto. Een zelfrijdende auto.aanrader

Hieronder dé 12 tips om beter auto te rijden en een 13e om ongelukken te voorkomen.

1. Leer remmen. Ga remmen.
Remmen is net zo belangrijk als rijden. Zeker stevig remmen hoort net zo goed bij autorijden als stevig optrekken of heel hard rijden. Oefen het remmen gewoon op een stil weggetje: maak flink snelheid en trap dan vol op de rem. Houd je niet in, die auto is heel vergevingsgezind.
Belangrijke tip: niet gaan knijpen in je stuur, gewoon losjes vasthouden. Laat de banden, het rubber en de lucht, hun werk doen. Als jij je stuur vastknijpt en dus vastzet, fixeer je je wielen en dan neemt je remwerking juist af.
ABS zorgt ervoor dat je auto bestuurbaar blijft, simpelweg omdat de wielen niet blokkeren. Rem dus ook eens voluit terwijl je een bocht neemt. Je zult merken dat je gewoon kunt blijven sturen, zolang je je stuur maar niet angstvallig vastknijpt.

2. De andere weghelft is niet taboe.
Op bochtige wegen is het van belang zo vroeg mogelijk goed zicht te krijgen op de weg voor je. Schat goed in hoe scherp de bocht is en snij de bocht aan tegen de buitenzijde van de bocht. Leg je focus echt op de rand van de weg.
Bij bochten naar links houd je dus goed rechts. En bij bochten naar rechts ga je naar links, over de andere weghelft. Tijd genoeg om op tijd naar rechts te gaan als er een tegenligger aankomt.
Stuur vervolgens duidelijk in naar binnen en geef gas als je uit de bocht komt. Je auto houdt van die extra snelheid, want die bevordert de rechtuit-stabiliteit.
Je kunt het stuur als je rechtuit rijdt zelfs loslaten want je auto wil gewoon rechtdoor, dankzij de schuin, onder een voorwaartse hoek geplaatste wielophanging. In vaktermen heet dat het caster oftewel askanteling, waarbij de veerpoot iets naar achteren helt gezien vanaf de zijkant van het voorwiel.
Vergelijk je fiets: de voorvork staat niet recht maar schuin naar voren zodat je ook met losse handen toch rechtuit blijft gaan.

3. Rem stevig en meteen stevig.
Bij een beetje bocht moet je remmen (duh), maar dat remmen komt nauw. Beter dan een beetje beginnen te remmen en dichtbij de bocht flink remmen, wat veel mensen doen, is direct stevig je rempedaal intrappen en daarna gelijkmatig langzaam loslaten. Dan duikt je neus niet het asfalt in en blijft je auto mooi stabiel.
Idem dito voor een verkeersdrempel. Begin tijdig met wat steviger remmen en dus niet eerst een heel klein beetje om aan het eind van je remweg nog veel te moeten bijremmen.

4. Rij niet tegen bomen met littekens.
Bij elke mooie bocht op de Veluwe of ander bosachtig gebied zie je na de bocht steevast een, twee of drie flink beschadigde bomen staan. De schors is eraf, de boom toont zijn littekens. schermafbeelding-2016-11-27-om-20-12-02Daar knalden minder oplettende voorgangers met hun auto tegenaan.
Rij bij een wat scherpere bocht niet enthousiast de binnenkant van de bocht in. Want daar waar je te vroeg naar binnengaat, ga je ook te vroeg weer naar buiten met als gevolg dat je tegen een boom eindigt.

5. Houd je stuur losjes vast, op kwart voor drie.
Een goede zitpositie achter het stuur is erg belangrijk. Houd je handen niet op 10 voor 2 (dat is achterhaald) maar op kwart voor drie. Losjes, niet knijpen. Ga rustig achterover in je stoel zitten, en beweeg vanuit je onderlichaam en niet vanuit je schouders.
Ellebogen bij het sturen niet omhoog duwen, maar losjes vanuit je onderarm sturen.
Bij een bocht je stuur pas overpakken bij 140 graden. Bij het sturen je schouders ietwat zijwaarts bewegen in de richting tegenovergesteld aan de bocht die je neemt. Heel losjes. Zo kun je ook aanzienlijk makkelijker een brede kijkhoek houden zodat je ziet wat er ver voor je gebeurt.

6. Gebruik je eigen kreukelzones.
Zet je stoel niet zo ver naar achteren dat je been helemaal gestrekt is als je vol het rempedaal intrapt. Je been is dan overstrekt en bij een eventuele aanrijding heb je niks aan de natuurlijke kreukelzones van je been (je knie) met als gevolg dat je bekken een (te) flinke opdoffer krijgt.

7. Meet jezelf in.
Stel je stuur goed in. In de lengte (axiaal) zodanig dat je pols van je rechter uitgestrekte arm op de rand rust terwijl je met je rug goed naar achteren zit in je stoel. En in hoogte zodanig dat de rand van je dashboard wegvalt achter de bovenste rand van het stuur.

8. Kijk niet naar je veters.
Een goede zit is essentieel dus let op je stoelhoogte. Zorg dat je met je ogen halverwege de voorruit (trek een denkbeeldige horizontale lijn door het midden van de ruit). Je hoeft niet de voorkant van je auto te zien. Echt niet. Je moet ver naar voren kijken. Bij het hardlopen hoef je ook je veters niet in je blikveld te hebben.

9. Laat die banden hun werk doen.schermafbeelding-2016-11-27-om-20-16-54
Als je op echt hoge snelheid ook veilig wilt rijden, op de Duitse Autobahn, moet je ook je stuur niet vastknijpen. Veel mensen gaan vanaf zeg 180, 190, 200 km/u krampachtig achter het stuur zitten en pakken hun stuur onder invloed van adrenaline te stevig vast terwijl je de auto gewoon zijn loop moet laten vinden.
Een band is een heel flexibel geheel dus geef het loopvlak van die band de ruimte in plaats van het stuurwiel te stevig vast te houden. je rijdt dan niet alleen meer ontspannen en dus met meer plezier, maar het is ook veiliger.

10. Stuur jezelf niet te plotseling uit de berm.
Rijd je per ongeluk de berm in maak dan als je eruit komt een minimale beweging van je stuur. Veel ongelukken ontstaan door het te fluks uit de berm sturen waardoor je, omdat je wielen ineens weer tractie krijgen op de verharde weg, wordt gekatapulteerd en eindigt in de berm aan de andere kant van de weg. Als daar een dikke boom staat, is het feest voorbij.

11. Houd afstand, houd speling.
Houd als je op een provinciale weg wilt inhalen altijd zoveel afstand van de auto die je in wilt halen dat je nog naar rechts kunt als je toch een tegenligger aan ziet komen. Ga eerst links rijden, en kijk even links van die andere auto. Ga er dus niet meteen naast rijden als je naar links gaat. Dan kun je nog terug naar rechts als je toch een verkeerde inschatting maakte. Bouw vervolgens je snelheid weloverwogen op en haal in.
Ga op de snelweg een tikje naar links als je achter een hoge zicht belemmerende SUV zit, dan heb je weer zicht op wat er verderop de weg gebeurt.

12. Vertel gewoon even dat je er voorbij wilt.
Als een voorligger op de snelweg flink snelheid heeft verminderd na bijvoorbeeld een inhaalmanoeuvre van een vrachtauto trek dan flink mee op achter die auto aan. Daarmee laat je op een subtiele manier zien dat jij er zo meteen wel voorbij wilt. Als je te ver achterop raakt zal je voorligger je niet beschouwen als iemand die hem of haar in wil halen.

13. Inhalen op de snelweg? Veeg even
Als je lekker hard wilt rijden op de Autobahn en er rijdt iemand voor je op de linkerbaan die niet direct opzij gaat, ga dan niet op zijn bumper hangen. Laat zien dat je er langs wilt door even een tikje naar links te sturen en direct naar rechts. Je maakt je daarmee even goed zichtbaar in de binnenspiegel van je voorligger. Dit heet vegen.
Een prachtwoord.

Erwin WijmanJe auto ís al een zelfrijdende auto

Comments

Leave a Comment