De kaasschaaf redt de Nederlandse economie

De kaasconsumptie in Nederland stijgt al jaren en niet zo’n beetje ook. At in 2003 een gemiddelde Nederlander 14,7 kilogram, in 2014 was het al 19,4 kaasschaaf-nieuwkilo kaas per persoon. En dat komt echt niet doordat we sowieso meer eten. De gemiddelde vleesconsumptie per Nederlander bijvoorbeeld daalde de laatste tien jaar met zo’n 4 kilo.

Het komt door de kaasschaaf.

Ik kreeg alweer wat jaartjes geleden een gratis kaasschaaf van Cantenaar, die mijn kaasboer weggaf bij een stuk Cantenaarkaas. Het ding sneed plakken kaas zo dik als sneeën casinobrood. De Cantenaarkaasschaaf ontpopte zich als een soort paard van Troje. De Cantenaarschaaf drong zich op als een metaal geworden kaasverkoper die bij elke boterham met kaas de even spreekwoordelijke als retorische vraag stelt of het een onsje meer mag zijn.

Gratis lunch
Het ding was zoals gezegd gratis maar net zomin als de gratis lunch bestaat de gratis kaasschaaf.307403_pro-cheese-slicer-milano-01_1
En al verafschuwde mijn oma de kaasschaaf – ze beschouwde het werktuig als hét symbool van burgerlijkheid en zuinigheid, ik vind ‘m wel handig. Niet alleen voor snijdbaar oude Goudse en jong belegen maar ook voor het snel in plakken snijden van courgette en aubergine.

Ik durf de bewering aan dat de kaasschaaf net als de flessenlikker, allebei typisch Nederlandse uitvindingen, Nederland Nederland hebben gemaakt. Zonder kaasschaaf en bijbehorende kaasschaafmethode stond onze economie er lang niet zo florissant voor, hadden we de schuld/krediet/banken/euro/knoflook/tapascrisis niet overleefd en zouden ze in Europa niet steggelen over handelsverdragen met Oekraïne of toetreding van Turkije tot de EU maar over de vraag of Nederland bij de EU mag. Zonder kaasschaaf hadden we nog in307403_pro_cheese-slicer-milano-003_1 guldens betaald. Los daarvan is een kaasschaaf buitengewoon handig als taartschep en tourneerschepje bij het koken (na het snijden van de aubergine).

Niks bezuinigingen
Maar goed, dankzij de agressieve collectieve kaasmarketing lijkt de kaasschaaf zijn spreekwoordelijke kwaliteit van dunsnijder kwijt te raken. Jawel, ook de definitie van ‘kaasschaafmethode’ in de (ook steeds dikkere) (I rest my kaas, eh, case) Van Dale moet worden aangepast. Bij Van Dale denken ze nog aan bezuinigingen bij kaasschaaf (zie hiernaast).FullSizeRender
Zo’n royaal snijdende Cantenaar blijkt de afzet van kaas blijvend op te stuwen en niet alleen de mijne, zoals uit de met tientallen procenten stijgende kaasconsumptie duidelijk wordt.

En er bleek geen ontkomen aan: noch tang noch hamer en aambeeld vermochten het snijvlak van de schaaf te vernauwen. Even voor de duidelijkheid: ik houd erg van kaas. In alle soorten. Ik houd vooral dun gesneden kaas omdat die lekkerder is en dat komt, lees ik op de website van Boska, doordat er zo meer zuurstof bij de kaas komt, waardoor de smaak rijper wordt.

Rolls-Royce
Ik zag me dus gedwongen een nieuwe kaasschaaf aan te schaffen. 307403_pro-cheese-slicer-milano-03_1De erg fraaie Boska Holland, type Milano, was helemaal niet duur bij de kaaskar op de zaterdagmarkt. De schaaf van rvs blad en kunststof handvat is vaatwasserbestendig en heeft 10 jaar garantie, meldt Boska op zijn website. Daar zie ik ook dat Boska groot is in kaastools, cheesewares op zijn Engels, want ze verkopen hun kaasgereedschap in 85 landen. En omdat ze ook veel kaastools leveren aan de zakelijke markt (zoals de kaasboeren op de zaterdagmarkt) is het geen wonder dat de Milano ook weer zulke dikke plakken blijkt te snijden.
Misschien wel nóg dikker. Veelzeggend in dit 307403_pro-cheese-slicer-milano-02_1verband is dat de Milano vaak de Rolls-Royce onder de kaasschaven wordt genoemd, lezen we op de website van Boska.
Wij snijden per persoon elk jaar weer een pond extra kaas op brood. En de kaasboeren lachen in hun vuistje.

 

(dit stuk werd in een eerdere magere versie – de doorsnee Nederlander at toen nog 17,4 kilo kaas –  gepubliceerd in NRC Handelsblad van 1 juli 2008)

Erwin WijmanDe kaasschaaf redt de Nederlandse economie

Comments

  1. Aad van Luijk

    Toen, in de vorige eeuw, een marketingboy van Prodent de opdracht kreeg te zoeken naar optimalisering van omzet en winst kreeg hij het simpele doch geniale idee “in zijn kop geschoten” (uitdrukking is gebezigd door Sjef van Oekel en de tekst is van Wim Schipper/Ellen Jens) om de diameter van de uitloop van de tandpastatube te vergroten en niets te wijzigen aan het voorschrift dat luidde 1cm tandpasta op de tandenborstel. En ziedaar, tube eerder leeg, omzet omhoog, winst gemaximaliseerd. Hetzelfde gebeurde met de schijtpapierrol, in correct Nederlands ook wel WCrol genaamd. Binnendiameter van de kartonrol vergroten en de buitendiameter van het opgerolde papier gelijk houden. En zo kan ik nog wel een fikse hoeveelheid trucs opnoemen die winstmaximalisatie veroorzaakten. Mooie dag nog en laat de kaas niet van je boterhammetje (vr)eten).

Leave a Comment